Wednesday, May 8, 2013

' We worden te vaak beschouwd als onderaannemers van de overheid '


Uit de Tijd op woensdag 8 mei 2013....

Hij noemt zichzelf consequent een sociale ondernemer, vloekt al eens op de overheidsregulering en is op zoek naar onafhankelijke bestuurders. Raf De Rycke leidt dan ook een organisatie die in omzet groter is dan twee derde van de bedrijven op de beurs van Brussel. Alleen staat in zijn kantoor een Mariabeeld op de kast.

De Broeders van Liefde zijn een economische gigant. Hun eigen vermogen is groter dan dat van Lotus Bakeries, Melexis, Sioen en Van de Velde sámen. Hun jaarlijkse omzet is hoger dan die van Ter Beke. En met hun 10.600 medewerkers behoren ze tot de top tien van de grootste werkgevers van het land, groter dan De Lijn, Johnson & Johnson of Volvo Gent. De man die de organisatie leidt, Raf De Rycke, werkt niet in een glazen torengebouw met marmeren vloeren, maar vanuit een bureau in de Stropstraat in Gent met een Mariabeeld op de kast en een kruisbeeld en religieuze schilderijen aan de muur.
Van daaruit leidt hij wat de grootste non-profitorganisatie van het land moet zijn. Op de lijst met meest vermogende vzw's van België, die het handelsinformatiekantoor Graydon voor ons opmaakte, staan de Broeders van Liefde op de nummers één én twee. Op één met de vzw die in Vlaanderen hun scholen, psychiatrische ziekenhuizen en opvangcentra uitbaat, op twee met de vzw die het vastgoed beheert. De twee zijn gescheiden, onder meer om risico te spreiden. Een derde vzw in de top vijftig beheert de activiteiten in Wallonië.

Het begon in 1807 met de kloosterorde 'Broeders van Liefde', die bejaardenzorg organiseerde. Doordat kloosterlingen hun persoonlijke fortuin aan de orde afstaan, groeide het kapitaal. Dat gebeurde ook via schenkingen en legaten - een praktijk die in de jaren zeventig wel is beginnen afnemen. Ondertussen werden overschotten geboekt. In een vzw kunnen die nooit worden uitgekeerd aan de leden, maar moeten ze in de organisatie blijven. Door de jaren heen werden nog scholen en instellingen overgenomen.

Manager van caritas

De Rycke omschrijft zich als een 'manager van de caritas'. 'Dat is geen tegenstelling. Onze organisatie heeft in de eerste plaats zorg en onderwijs als doel. Dat staat in functie van een spiritueel project dat de Broeders van Liefde al bij hun stichting voor ogen hadden. Maar ik ben ervan overtuigd dat spiritualiteit en management elkaar kunnen versterken. We hebben in de loop der jaren veel expertise opgebouwd.'

'We krijgen daardoor vaak vragen van andere organisaties om een voorziening of een school over te nemen. We bekijken dat heel zorgvuldig. Soms doen we het niet omdat het beleid daar niet in de lijn van onze missie ligt. Of we gaan er niet op in omdat we dan actief zouden worden in een regio waar we te weinig netwerk hebben. Als we een instelling overnemen, willen we het ook goed doen.'
Is groeien een doel?

De Rycke: 'Nee. We zijn niet uit op een zo groot mogelijk marktaandeel. We zien ook grenzen aan groeien. We moeten het aankunnen. Als je te snel groeit, verlies je efficiëntie. Wedelen ook graag expertise op andere manieren, door bijvoorbeeld mandaten op te nemen in andere vzw's. Of we werken samen in regionale netwerken of scholengemeenschappen.'

Spreken we dan over netwerken binnen de katholieke zuil?

De Rycke: 'Die zijn niet per definitie beperkt tot de katholieke zuil, al blijft de samenwerking in het onderwijs daar wel vaak binnen. Maar in de gezondheidszorg wordt ze meer opengetrokken.'
Merkt u steeds meer bedrijfslogica in de zorgsector?

De Rycke: 'Naar mijn aanvoelen wordt de kloof tussen social profit en de bedrijfswereld kleiner. De bedrijfswereld is maatschappelijk verantwoorder gaan ondernemen en heeft nu meer aandacht voor het milieu en de medewerkers. Omgekeerd hebben wij veel managementtechnieken overgenomen, waardoor we sociale ondernemers worden. Er is al een hele weg afgelegd. Weorganiseren bijvoorbeeld om de twee jaar voor al onze directies een driedaags seminarie waarin weonze sterktes, zwaktes, bedreigingen en kansen in kaart brengen, strategische visies ontwikkelen en beleidsplannen uittekenen. Wehebben een strategische adviesraad waarin mensen zitten uit de bedrijfswereld en de academische wereld. Die vervullen zowat de rol van onafhankelijke bestuurders. Binnenkort nemen we ook vijf tot acht onafhankelijke bestuurders in onze raad van bestuur op.'

Hoe groot blijft dan nog het verschil tussen 'for profit' en 'not for profit'?

De Rycke: 'Onze doelen blijven uiteraard anders. Wij streven niet naar winst. Maar denk nu niet dat wij geen oog hebben voor onze financiële situatie. We proberen overschotten te boeken. Het grote verschil met de bedrijfswereld is dat we die overschotten niet uitkeren aan aandeelhouders, maar volledig binnen de organisatie houden en opnieuw investeren.'
Het nadeel daarvan is dat u minder snel vers kapitaal kan aantrekken. Heeft het nooit gekriebeld om voor een project toch bijvoorbeeld via een coöperatieve vennootschap te werken en geld op te halen?
De Rycke: 'Ik droom soms van een meer commercieel project waarvan we de winst herinvesteren in sociale projecten. Stel bijvoorbeeld dat we in Brussel een psychiatrisch centrum oprichten voor de ambtenaren van de Europese Unie. Laten we dat dan op een wat meer commerciële basis uitbaten en de middelen die we eruit halen gebruiken voor projecten waarbij patiënten de zorg niet kunnen betalen.'

Wordt dat nodig? Denkt u na over nieuwefinancieringsbronnen?

De Rycke: 'De middelen van de overheid worden schaarser. We zullen dus moeten broeden op andere geldbronnen. Ik denk aan coöperatieve vennootschappen, pps-projecten of meer fundraising. Waarom niet een projectontwikkelaar voor ons laten bouwen en het gebouw dan huren? Ik sluit niet uit dat de overheid almaar minder infrastructuur zal financieren en meer de zorg zelf. De noden zijn groot. Binnen tien jaar komen er in Vlaanderen 65.000 tachtigplussers bij. Dat is een stad als Aalst of Roeselare.'


Cherry picking

Zoals u het schetst kan de overheid niet instaan voor de oplopende vergrijzingskosten. Moeten de non-profitsector én de bedrijfswereld samen in het gat springen?
De Rycke: 'Ja. Ik heb geen probleem met de commercialisering van de zorg op zich. Je kan die zelfs niet helemaal tegenhouden. In de ziekenhuiswereld zijn er klinische labo's, oogklinieken en centra voor esthetische chirurgie. In de rusthuissector zijn al vrij veel commerciële voorzieningen. Ik pleit wel voor een gereguleerde markt, waarin de zelfde regels gelden voor de 'for profit' en de 'not for profit'. Dan heb ik het over de erkenning, de planning, de financiering, de kwaliteit en de toegankelijkheid.'
Is dat nu niet zo?
De Rycke: 'Er zijn verschillen. Ook het risico op 'cherry picking' bestaat: de commerciële groepen hebben vooral interesse in het deeltje van de zorg dat winstgevend is. Je zal om die reden niet snel commerciële initiatieven zien in de psychiatrie. Daar gaat het vaak om patiënten die niet over veel middelen beschikken. Maar als de regels dezelfde zijn, waarom niet? Laat commerciële organisaties het maar proberen. Ik vind dat zelfs goed. Laat ze maar bewijzen dat ze dezelfde kwaliteit van zorg kunnen bieden, ook al moeten ze ook nog eens dividenden uitkeren aan hun aandeelhouders.'
'Misschien is het mogelijk. Zoals ik al zei: in de bedrijfswereld evolueren ondernemers naar sociale ondernemers. En in onze wereld evolueren de 'initiatiefnemers' ook naar sociale ondernemers. We groeien naar elkaar toe.'

Voelt u zichzelf een sociale ondernemer?

De Rycke: 'Ik gebruik graag die term. Ik vind dat we trouwens te weinig mogelijkheden krijgen ons zo te gedragen. Ik heb vaak het gevoel dat we te veel onderaannemers van de overheid zijn. We worden te veel gestuurd en betutteld via wetten en decreten waarvan we ons afvragen waarom ze toch zo ingewikkeld zijn. Voor een nieuw project moeten ongeveer twintig overheidsinstanties hun zegen geven. Zodra er één rood licht geeft, lopen we vertraging op of moeten we stoppen. '
'In Dendermonde bijvoorbeeld hebben weeen rusthuis gebouwd. Het werd een opeenstapeling van problemen. Op de kaart stond een niet meer bestaande waterloop, die van de kaart verwijderd moest worden. Men vermoedde ook dat op die locatie een klooster had gestaan, wat leidde tot archeologische opgravingen. Uiteindelijk werden 120 skeletten bovengehaald, afkomstig uit een kerkhof van pestlijders. We hebben dat onderzoek volledig zelf betaald. Bovendien liepen onze werken door de opgravingen zodanig vertraging op dat het akkoord over de subsidies op de helling kwam te staan. Met de aannemers moesten nieuween duurdere afspraken worden gemaakt. We zaten op het einde van de rit zwaar boven het budget, waardoor wede keuken in het rusthuis hebben geschrapt.'
'In die omstandigheden kan je je niet als een sociale ondernemer gedragen. Heel traag verandert het. In de psychiatrie kunnen we sinds kort iets flexibeler met onze budgetten omspringen. Maar het blijft moeilijk. Ik denk dat in België negen ministers bevoegd zijn voor geestelijke gezondheidszorg.'

In welke mate bent u als sociale ondernemer afhankelijk van overheidsgeld?

De Rycke: 'De patiënten in onze ziekenhuizen betalen 10 tot 12 procent van de kosten. De rest komt van de federale overheid, van de Vlaamse overheid en een klein beetje van fundraising. Vroeger kwam er ook geld van de Congregatie van de Broeders van Liefde. Maar door het dalende aantal broeders en de vele buitenlandse projecten is dat niet meer mogelijk.'

Komt dat ook omdat de Belgische overheid hun activiteiten hier begon te financieren?

De Rycke: 'Eigenlijk heeft de kloosterorde zich altijd gericht op de noden waar de overheid niets aan deed. Naarmate er voor die initiatieven officiële erkenning en subsidiëring kwam, trokken ze zich terug, om zich op andere noden te richten. De Broeders van Liefde werken daarom nu via vzw's die relatief losstaan van de Congregatie. Die beweging, waarbij de Congregatie zich op nieuwe noden toespitst, zal nooit eindigen. Al moet ik nuanceren dat de middelen beperkter worden. Net zoals die van de overheid. Maar goed, we zullen zien welke keuzes daarbij gemaakt worden. Ons uitgangspunt is in ieder geval dat je de kwaliteit van een samenleving kan meten aan de wijze waarop de overheid omgaat met de zwaksten van de samenleving.'


ZIEKENHUIZEN IN VLAANDEREN

De enige activiteit die de Broeders van Liefde niet uitoefenen, is het runnen van algemene ziekenhuizen. In die sector is het Ziekenhuisnetwerk Antwerpen de grootste. De groep telt zeven algemene en gespecialiseerde ziekenhuizen, samen goed voor 2.500 bedden. Er werken 7.000 mensen en er komen dagelijks 7.000 patiënten over de vloer. Op nummer twee staat het Universitair Ziekenhuis Leuven, dat 1.949 bedden en 41 operatiezalen telt. Alleen al de gangen in de gebouwen beslaan er 5,6 hectaren.
Het AZ Sint-Jan van Brugge heeft een erkenning voor 1.240 bedden, het AZ Groeninge in Kortrijk telt er 1.170. Het Universitair Ziekenhuis Gent is de enige andere Vlaamse instelling met meer dan 1.000 erkende bedden. De Mechelse ziekenhuizen van Emmaüs halen die kaap net niet, net zo min als het Heilig-Hartziekenhuis van Roeselare, het Ziekenhuis Oost-Limburg, het Gentse AZ Sint-Lucas/Volkskliniek en het UZ Brussel.
Niet alle ziekenhuizen hebben overigens hetzelfde statuut. Sommige zijn eigendom van een stad, andere zijn een vzw. De universitaire ziekenhuizen van Gent en Brussel zijn instellingen van openbaar nut.
Volgens Raf De Rycke is de christelijke identiteit van de Broeders van Liefde ook voelbaar in het beleid.
Raf De Rycke: 'Wij geven bij voorkeur aan de meest uitgestoten mensen. We richten tot op drugsverslaafden, geïnterneerden, mensen met zware emotionele of gedragsproblemen, kinderen met een moeilijke sociale achtergrond of grote leerproblemen. Het zijn mensen naar wie velen niet omkijken. We hebben voor die minderbedeelden een voorkeurliefde. Hoe zwaar ze ook fysiek of geestelijk getroffen zijn, we gaan ervan uit dat ze een belangrijke intrinsieke waarde blijven hebben. We zijn managers van de caritas, maar die caritas blijft dus wel cruciaal.'

Wat is uw standpunt over euthanasie?

De Rycke: 'Voor ons primeert de 'beschermwaardigheid' van het leven op de autonomie van de mens. Maar we zullen ons niet verzetten tegen de uitdrukkelijke wens van een patiënt die euthanasie verkiest. We zullen eerst op hem inpraten omdat we vinden dat zijn leven wél waarde heeft en nog niet verloren is. We zullen wijzen op de alternatieven, zoals palliatieve zorg. Maar als de vraag blijft, houden we de patiënt niet tegen. De euthanasie wordt niet uitgevoerd in onze instellingen, maar we begeleiden deze mensen wel verder naar een locatie waar het wel kan.'
Is dat een nieuw standpunt?
De Rycke: 'Het is niet fundamenteel veranderd, maar er is een nuancering. De beschermwaardigheid van het leven blijft primeren. Maar als de vraag van een patiënt blijft en ze beantwoordt aan de wettelijke voorwaarden, zullen we een oplossing zoeken. We hebben het wel moeilijk met de voorstellen om euthanasie te kunnen uitbreiden naar jongeren en dementerenden. Laten we ons hoeden voor een samenleving waarin je de dood op bestelling kan krijgen.'


0 comments:

Post a Comment