Link naar de blog
DINSDAG 8 FEBRUARI 2011
Roma
Gent is sociaal en open van geest. De 160 verschillende nationaliteiten die hier leven, maken onze stad rijker. In het algemeen verloopt het samenleven goed. Sinds meerdere jaren is er een grote immigratie vanuit Oost-Europa aan de gang. De meeste van deze migranten doen inspanningen, gaan werken en sturen hun kinderen naar school. Zoals iedereen willen zij een menswaardig en gelukkig leven. Ze komen uit economisch achtergestelde regio's. In hun landen van herkomst zijn Roma het slachtoffer van discriminatie en rauw racisme. Deze mensen moeten geholpen worden. Maar de instroom van armoede is erg groot, misschien té groot om de mensen op een goede manier te kunnen helpen. De druk op bepaalde wijken, sociale voorzieningen en diensten is enorm toegenomen. Ook mensen uit het middenveld stellen dat het stilaan onhoudbaar wordt. Anderzijds zijn de nieuwkomers heel vaak slachtoffer van mensensmokkelaars, huisjesmelkers of malafide werkgevers. Deze migratie stelt Gent voor een grote uitdaging. Hoe kunnen we sociaal zijn en tegelijk de leefbaarheid in Gent, in de wijken, hoog houden?
Er is de laatste twee jaar veel te doen geweest rond Oost-Europeanen in Gent en dan vooral rond de Roma onder hen. Zo was er de groep Roemenen die in de winter van 2008 op de Wondelgemse Meersen in barakken woonde, zien we een groot aantal Oost-Europese bedelaars in de winkelstraten, worden meerdere woningen en stadspanden gekraakt door Roma-families met vele kinderen die regelmatig terug op straat komen te staan en zien we behoorlijk wat wagens met een BG-sticker rondrijden, enz…
Vaak wordt alles op één hoopje gegooid onder de noemer “zigeuners”. Voor alle duidelijkheid: in Gent zijn er op dit moment een kleine 9000 nieuwkomers uit Oost-Europa, waaronder 5000 Bulgaren, 1800 Slowaken en 1000 Polen. 50% van de Bulgaren zou Roma zijn. Bij de Slowaken is dat 90%. Naar schatting leven er in Gent dan ook iets meer dan 4000 Roma. We hebben het nu enkel over de mensen die bekend zijn bij de Dienst Burgerzaken. Het werkelijke aantal Oost-Europeanen en Roma ligt hoger. Op een totale Gentse bevolking van 240’000 inwoners is dat dus een aanzienlijk deel.
Een groot deel van de Bulgaren is Turkssprekend. De Bulgaren komen daardoor op vlak van huisvesting en tewerkstelling vaak terecht in het netwerk van de Turken. De eerste migranten uit Slowakije hadden vaak nog gewerkt onder het communisme en hebben competenties om hun weg te vinden op de arbeidsmarkt. Velen van hen gaan hier in Gent ook vooruit in het leven. De Slowaken die nu aankomen, hebben in Slowakije amper kansen gekregen en hebben weinig tot geen perspectief om hier werk te vinden. Dit is zonder twijfel de zwakste groep. De meeste Slowaken komen uit de streek Kosicé. Dan is er ook nog een heel klein groepje Roemenen dat van het platteland komt. Het zijn vooral Roemenen die bedelen.
Doortrekkers met caravans zijn geen nieuw fenomeen en kunnen in Gent terecht op het doortrekkersterrein aan de Drongensesteenweg. Doortrekkers hebben weinig te maken met de Bulgaren en Slowaken die in huizen wonen en die de voorbije jaren hun land zijn ontvlucht wegens discriminatie of een gebrek aan economische kansen.
De migratie van Oost naar West is een logisch gegeven gezien het vrije verkeer binnen de Europese Unie en de véél grotere welvaart hier. Het geeft duidelijk aan dat de EU dan wel een vrije markt is maar veel te weinig een sociale unie. Zo lang de sociale minima in landen als Slowakije veel lager liggen dan hier, kunnen we ons aan bijkomende migratie verwachten. Ik kan de oproep van Frank Beke in zijn opiniestuk op www.deredactie.be voor een Europees sociaal vangnet enkel ondersteunen. Want zoals Monica De Coninck terecht stelt: “nationaal gefinancierde stelsels, zoals de sociale zekerheid en de sociale bijstand, kunnen geen internationale solidariteit schragen.” Europa zou landen als Slowakije en Bulgarije ook strenger op de vingers moeten tikken als het gaat om discriminatie van de Roma.
Ondertussen kunnen we hier niet stilzitten. Grijze circuits, nepstatuten en misbruiken met arbeidskaarten moeten absoluut worden aangepakt. Zo kunnen we een halt toeroepen aan de uitbuiting en het stuk migratie dat door malafide netwerken wordt georganiseerd. Huisjesmelkers en mensensmokkelaars moeten worden bestraft. Vlaanderen, de federale overheid en het parket moeten hier hun werk doen.
Leegstand aanpakken is eveneens een prioriteit. Al te veel Gentenaars vallen uit de boot op de private woningmarkt en de wachtlijsten voor een sociale woning zijn bijzonder lang. In Gent bestaat een belasting op leegstand en verkrotting maar eigenaars van leegstaande woningen worden daarbovenop best extra aangemaand iets aan te vangen met hun pand. De stad moet haar eigen leegstaande gebouwen ook zo vlug mogelijk een bestemming geven, liefst een sociale bestemming (transitwoning of sociale woning).
Omdat wonen een basisrecht is, heb ik me altijd ideologisch kunnen vinden in kraakacties. Kraken is vandaag in vele gevallen echter geen antwoord op een bestaande woningnood in Gent maar een schakel in een migratieverhaal. Dat leegstaande panden in Gent “gemakkelijk” kunnen worden ingenomen, weet men onderhand in Kosicé. De federale wetgeving stelt trouwens dat mensen ook in een kraakpand kunnen worden gedomicilieerd. Een domiciliëring verkrijgen is één van de stappen in het verkrijgen van een verblijfsvergunning. De aanpak van leegstand is een sociaal doel op zich maar zou de immigratie ook kunnen temperen. Wanneer er niet onmiddellijk werk kan worden gemaakt van de renovatie van stadspanden, kunnen er afspraken worden gemaakt met sociaal-culturele vzw’s die er hun werking tijdelijk kunnen onderbrengen.
Daarnaast moet de lokale overheid optreden wanneer zij weet heeft van onveilige (kraak)panden of overbewoonde huizen. Bij het bieden van een oplossing voor diegenen die op straat komen te staan, kan een lokale overheid echter wel wat hulp gebruiken. Mensen die van plan zijn te migreren naar Gent moeten weten dat het niet de bedoeling kan zijn met 30 gedomicilieerd te zijn op één adres.
Samenleven in dichtbevolkte wijken met zo vele culturen en nationaliteiten is niet altijd even gemakkelijk. Of het nu gaat om Roma, autochtonen, allochtonen, Oost-Europeanen, West-Vlamingen, Zuid-Amerikanen, Noord-Afrikanen, blanken, zwarten of purperen: het is essentieel dat de lokale overheid optreedt tegen overlast (sluikstort, nachtlawaai, foutparkeren, ...) en criminaliteit (diefstal, prostitutie, ...). Alleen dan kunnen sociale initiatieven écht bloeien.
Minister Bourgeois heeft een Roma-actieplan geschreven. Ik wil hem danken voor het geleverde redactionele werk maar er zit helaas geen ene eurocent aan vast. Gent heeft ondertussen geen nood meer aan bijkomende analyses maar aan extra financiële middelen. Middelen voor brugfiguren in het onderwijs bijvoorbeeld. Kinderen van Roma moeten vaak nog gevoed worden wanneer zij de klas binnenkomen. Er is vaak een gebrek aan kledij en hygiëne thuis. De ouders zien ook niet altijd het nut in van onderwijs. Dit alles vergt extra inspanningen van het onderwijzende personeel. Brugfiguren gaan nu al een dialoog aan met de ouders om op deze punten te werken.
Gent heeft ook nood aan middelen om mediatoren aan te stellen in de wijken. Mediatoren kunnen aanleren hoe we hier met huisvuilophaling omgaan. Zij kunnen Roma op het belang wijzen hun kinderen naar school te sturen. Zij kunnen duidelijk maken dat nachtrust belangrijk is voor mensen die werken, enz… Deze mensen moeten dus de taal van de nieuwkomers spreken.
Het spreekt echter voor zich dat het wel de bedoeling is dat nieuwkomers op termijn, en liefst zo snel mogelijk, Nederlands leren. Dit is immers essentieel om zich te integreren en werk te vinden. Het is belangrijk dat het aanbod taallessen groot genoeg is én dat de mensen worden verplicht de taal te leren. Via arbeidsbemiddeling moeten de nieuwkomers zo veel mogelijk naar werk worden begeleid.
De lokale overheid doet er tot slot goed aan contact te houden met de vele vrijwilligers die de zwaksten in onze samenleving bijstaan. Er is nood aan een gerichte samenwerking. Soms is er naast een algemeen beleid immers ook nood aan case-management van families die in een extreem precaire situatie verkeren.
Sommigen zullen mij misschien asociaal noemen omdat ik stel dat de instroom arme Oost-Europeanen te groot wordt. Anderen zullen dan weer vinden dat we helemaal geen middelen moeten aanwenden ter integratie van o.a. Roma. Het is mijn mening dat we het evenwicht moeten behouden tussen solidariteit en leefbaarheid. Hoe je het ook draait of keert: er zijn hier heel wat Oost-Europeanen in Gent. Het is in ieders belang dat zij zich goed integreren met onze steun. Maar dat kan volgens mij enkel als de groep niet blijft aangroeien aan dit tempo.
Enkel Europa kan echt structureel iets doen aan de oorzaken van de migratie: de armoede en de discriminatie in de landen van herkomst. De leiders van de EU moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Anders dreigt een sociale stad als Gent de dupe te worden van een asociaal Europa.
Migratie/integratie
Migratie is een moeilijk thema voor socialisten. Onze basiswaarde is solidariteit maar tegelijk beseffen we ook dat migratie niet onbeperkt kan zijn. We moeten streven naar een humaan en rechtvaardig maar ook duidelijk en strikt migratiebeleid. Het moet helder zijn wie recht heeft op een verblijfsvergunning en wie niet. De mensen moeten goed worden geïnformeerd.
De bestaande migratieprocedures moeten dienen waarvoor ze bedoeld zijn. Wie in zijn land van herkomst bijvoorbeeld wordt vervolgd omwille van zijn politieke mening, geaardheid, etnie of geloof heeft, net als oorlogsvluchtelingen, via de asielprocedure recht op het statuut van vluchteling. De asielprocedure wordt echter te vaak gebruikt door economische migranten. We moeten economische migranten van bij aankomst duidelijk maken dat de kans groot is dat zij geen erkenning tot vluchteling zullen krijgen en vermijden dat ze een ellenlange procedureslag aangaan. Wie geen erkenning krijgt, moet het land ook echt verlaten. Om hier enige kans op slagen te hebben, zetten we best in op goed omkaderde vrijwillige terugkeer. Basisvereiste voor dit alles is uiteraard dat de overheid zelf goed georganiseerd is en dat de asielprocedure vlot verloopt. Ook de andere migratiekanalen (gezinshereniging, arbeidsmigratie, intra-Europese migratie) moeten humaan maar correct worden georganiseerd en gecontroleerd.
Met veel mensen met verschillende gewoontes en achtergronden samenleven op een beperkte oppervlakte kan wel degelijk voor samenlevingsproblemen zorgen. Maar dergelijke wrijvingen tussen bevolkingsgroepen doen zich voornamelijk voor in armere buurten. Integratie blijft dan ook een voornamelijk sociaaleconomische aangelegenheid. We moeten de sociaaleconomische positie van allochtonen en nieuwkomers verbeteren. Integratie betekent sociale emancipatie en werk en onderwijs zijn hierbij de hefbomen.
De discriminatie op de arbeidsmarkt moet worden aangepakt. Maar we zien ook dat te veel allochtonen met een te grote leer- en taalachterstand de school verlaten waardoor ze net zwakker staan op de arbeidsmarkt. Ons onderwijs staat dus voor een grote uitdaging om iedereen mee te krijgen, om te leren omgaan met meertaligheid. Het lijkt me tegelijk evident dat een goede kennis van de voertaal iedereen, zowel migrant als ontvangende samenleving, ten goede komt.
Als men het over integratie heeft, gaat het debat nogal vlug over de islam. Ik zou hier een bruggetje willen maken naar “levensbeschouwingen” in het algemeen en dit los willen koppelen van het thema integratie. Ik ben atheïst maar heb respect voor mensen met een andere levensbeschouwing. In welke god iemand al dan niet gelooft en welke klederdracht daarbij hoort, maakt mij niet uit. Omgekeerd moet uiteraard hetzelfde gelden. Religies en gelovigen moeten ook respect hebben voor andere mensen hun vrijheden. Of het nu gaat over klederdracht, seksuele geaardheid of persoonlijke keuzes op vlak van levensbeëindiging.
Gent, open en progressief
Ik ben fier Gentenaar te zijn. Ik ben fier dat we een open en progressieve stad zijn. Het is niet uitzonderlijk dat socialisten in steden beter scoren dan op het platteland. Wie in de stad woont, is immers verplicht water bij de wijn te doen en een beetje tolerant te zijn. Wie in de stad woont, weet dat er zaken zijn die we zullen moeten delen zoals pakweg speelruimtes voor kinderen en zwembaden.
Solidariteit is meer dan een moreel principe. Solidariteit is een noodzaak en in ieders belang.
WOENSDAG 6 JUNI 2012
Zigeuners
Rond deze tijd van het jaar gebeurt het geregeld. Groepjes woonwagenbewoners vestigen zich zonder aankondiging of toelating op openbaar of privaat terrein in Gent. Bijgevolg ontbreekt sanitair en andere omkadering wat leidt tot overlast voor de buurt. Wat volgt is een rits klachtenmails, een aanmaning van de burgemeester om meteen te vertrekken en herhaalde verzoeken door de politie vóór de groep dan uiteindelijk vertrekt
Nochtans is er in Gent zowel een residentieel woonwagenterrein als een volwaardig doortrekkersterrein. Het gaat telkens om 30 plaatsen. Helaas zijn de meeste plaatsen reeds van ver op voorhand gereserveerd en dus bezet. Gent zou nog een terrein kunnen inrichten. Maar misschien is het eens de beurt aan andere gemeenten en overheden om hierin verantwoordelijkheid te nemen.
Hoewel “wonen op wielen” een volwaardig erkende woonvorm is in Vlaanderen, zien we toch dat heel wat gemeentes doortrekkers trachten te weren. De meeste burgemeesters hebben koudwatervrees als het gaat om de inrichting van een volwaardig doortrekkersterrein of een meer rudimentaire pleisterplaats. De meeste burgemeesters zijn wellicht bang voor de “vox populi” wanneer het over zogenaamde “zigeuners”[1] gaat.
Nu, toegegeven: doortrekkers zijn vaak geslepen onderhandelaars. Wanneer de tijd gekomen is om het doortrekkersterrein te verlaten, is er al vaak eens een wiel kapot, of is er plots een trouwfeest dat moet worden gevierd, enz… Probleem vandaag is dat er vaak geen alternatieven zijn in de regio rond Gent (op Zottegem na) wat het onderhandelen over vertrek nog bemoeilijkt. Andere groepen kunnen dan het terrein niet op en zetten zich dan maar elders in de stad.
De provincie Oost-Vlaanderen had vorig jaar besloten dat een stukje van het provinciale recreatieterrein Puyenbroeck in Wachtebeke kon worden aangewend als pleisterplaats. Het terrein is eigendom van de provincie. De omkadering diende te worden gedaan door de lokale overheid. Helaas heeft de lokale overheid van Wachtebeke zich voorlopig tegen de komst van deze pleisterplaats verzet.
Het is voor gemeenten natuurlijk gemakkelijk om bij een dergelijke weigering te verwijzen naar mogelijke kosten of overlast. Daarom pleit ik ervoor dat de provincie een regierol blijft opnemen inzake doortrekkersterreinen. De provincie moet lokale besturen sensibiliseren (zo een terrein valt wel mee) en blijvend aanspreken op hun verantwoordelijkheid. De provincie moet lokale ambtenaren vormen in het omgaan met doortrekkersgroepen. De provincie kan met subsidies over de brug komen om ook de omkadering van pleisterplaatsen voor een stuk te bekostigen. Zo wordt de drempel voor het lokale bestuur weer wat verlaagd. Misschien moet de provincie in deze het goede voorbeeld geven en haar eigen terrein gewoon zelf uitbaten.
Er blijft hoe dan ook nood aan een provinciaal doortrekkersterrein.
Alleen als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, kan "wonen op wielen" een echt volwaardige woonvorm worden die niet steeds tot overlast leidt.




0 comments:
Post a Comment