Thursday, November 1, 2012
Waardigheid, een kijk op armoede op nieuwe leest…
Werner Van de Weghe, aangesloten lid Broeders van Liefde,
coördinator Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor.
Foutieve beeldvorming rond armoede
‘Armoede zit hem in de geldbeugel. Alle Roma uit Gent komen uit één dorpje in Roemenië. Alle daklozen in Gent zijn Roma uit Oost–Europa. Het Roma probleem zou een Gents probleem zijn. Er zijn diverse oproepen om kleding te verzamelen voor de armen vandaag. De daklozen kunnen terecht in verschillende voedselpunten. Er worden nog steeds kilo’s chocolade, spaghetti, bloem, suiker en diepvriesproducten uitgedeeld, eveneens producten die niet meer verkoopbaar zijn; aan daklozen of mensen in armoede.’ Het is voldoende om mensen zonder papieren, vluchtelingen uit Europa of Belgische daklozen van onderdak en voeding te voorzien.
Authentiek en eerlijk antwoord
‘Armoede zit hem veelal niet in de geldbeugel. Er zijn maar enkele families Roemeense Roma in Gent, 80 procent van de Roma komt uit Slowakije en zijn totaal andere mensen. De start van een oplossing voor de Roma-zaak ligt duidelijk in de landen waar zij geboren zijn. Naast een nieuwe groep binnen de daklozen (nieuwe Europeanen, grote gezinnen die dakloos zijn) hebben we in Gent een grote groep jonge Belgen, tussen de 18 en 40 jaar, die geen vaste verblijfplaats hebben. Kleding is maar een heel klein deeltje van hun nood. Nochtans verdrinken de armoedediensten en kringloopwinkels erin. In de realiteit vinden de daklozen in Gent geen aangepaste voeding in de voedselpunten. Ze kunnen er onvoldoende terecht. Mensen in armoede en ook daklozen hebben nood aan gezonde voeding, daklozen hebben nood aan hapklare, bereide voeding. Opvang van daklozen en vluchtelingen moet steeds projectmatig gebeuren, vanuit een duidelijke structuur, gekoppeld aan begeleiding met het oog op integratie en menswaardige participatie.’
Het is een dringende zaak geworden om de beeldvorming rond armoede bij te stellen. Dak- en thuislozen hebben niets aan een traditioneel voedselpakket, ze hebben immers geen keuken in hun rugzak. Mensen in armoede hebben 1000 dingen niet, ze hebben allen één ding wel. Het recht op mens zijn, het recht op waardigheid. Een verkeerde beeldvorming treft mensen in armoede in hun waardigheid. De vraag: ‘Wat zijn de noden van de armen vandaag?’ krijgt best een genuanceerd en correct antwoord. Anders nemen wij hen het enige af dat ze hebben: ‘Hun waardigheid’
Wie zijn de armen vandaag?
Verslaafden, vaak na mislukte of ontgoochelende behandeling.
Gescheiden families, eenzaamheid en verdriet, een gebroken vrouw of man.
Ex-psychiatrische patiënten of ex-gevangenen, vaak na ontslag thuisloos.
Mensen die arm geboren zijn en ook arm zullen sterven, de generatiearmen.
Nieuwe armen, mensen die het goed gehad hebben, maar door levensomstandigheden nu gebroken zijn, misschien geen dak meer boven het hoofd hebben.
Daklozen, die enkele nachten op straat rondzwierven.
Thuislozen, eenzame mensen, één kamer van 3 op 2, geen comfort, ingesloten.
Mensen die letterlijk op de vlucht zijn, gezinnen zonder een huis en een thuis.
We zien op het terrein een duidelijke verschuiving van eenzaam naar dakloos. We zien op het terrein een vertienvoudiging van het aantal mensen die elke week op ons beroep doen. Op vijf jaar tijd van 60 personen naar 600 personen die wekelijks op Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor beroep doen. Aan de grote groep daklozen kan je uiterlijk niet zien dat ze dakloos zijn. We spreken over verborgen armoede, maar nu ook over verborgen dakloosheid. We zien de laatste maanden een grote toename van het aantal vluchtelingen uit Oost -Europa, vooral uit Oost - Slowakije.
Wie zijn de daklozen?
1. Jonge Belgische mannen en vrouwen tussen de 18 en 40 jaar die in geen enkel project op langere termijn binnen geraken om welke reden ook. Hun dakloos zijn is verborgen, je ziet het niet uiterlijk.
2. Gezinnen met heel veel kinderen, vooral uit Oost - Europa.
3. Mensen zonder papieren.
4. Belgische mannen en vrouwen die langdurig dakloos zijn. Zij kunnen hun dakloos zijn niet meer verbergen. Je ziet het uiterlijk.
De eerste en de tweede groep zijn de laatste vijf jaar in aantal toegenomen. Het is onmogelijk om ‘de’ daklozen te typeren. Het gaat om een zeer gedifferentieerde groep mensen die om zeer uiteenlopende redenen dakloos geworden is.Het zijn enkel de twee laatste groepen die gekend zijn, deze groepen komen op regelmatige basis aan bod binnen pers en media, de eerste groep niet zichtbare daklozen wordt volgens ons totaal vergeten.
Armoedebestrijding op nieuwe leest
Graag pleiten wij dan in alle bescheidenheid maar wel in alle duidelijkheid voor een “Armoedebestrijding op nieuwe leest”.De daklozen binnen onze stad zijn volgens ons de echte armen. Op dit ogenblik komen zij binnen de armoedediensten onvoldoende aan bod. De verschuiving van eenzaam naar dakloos is een feit, de noden van daklozen zijn anders. Indien we hier geen rekening mee houden treffen wij ook hen in hun waardigheid. Herstructurering dringt zich op. Diensten moeten evolueren. Structuren staan ten dienste van mensen en niet omgekeerd!Het is duidelijk dat er binnen de armoedebestrijding op dit ogenblik allereerst extra aandacht moet besteed worden aan deze vergeten groep daklozen binnen de vergeten groep armen. - Mogen wij kerk en maatschappij oproepen om vanuit een eerlijk en authentiek antwoord op de vraag wie de armen zijn, zich duidelijk te engageren naar de vergeten groep daklozen?- Mogen wij allen oproepen om mee te werken aan een nieuwe beeldvorming rond armoede? Armoedediensten mogen niet herdoopt worden tot containerparken, plaatsen waar eenieder zijn niet-bruikbare spullen komt dumpen. Vrijwilligerswerk is niet hetzelfde als werken in een beschutte werkplaats, daar wordt het nog al eens toe herleid.- Mogen wij allen oproepen om mee te denken rond een structureel aanbod en een deskundige aanpak voor deze groep?- Mogen wij vragen om een beleid uit te stippelen dat rekening houdt met alle daklozen en niet met één groep onder hen? Het gaat om een zeer gedifferentieerde groep.- Mogen wij het ethisch bedenkelijk vinden indien armoedediensten in zee gaan met commerciële instellingen. De armoede van mensen wordt hier gebruikt als reclamestunt!- Mogen wij ook enkele pijnpunten opsommen en de vinger in de wonde leggen?
1. Wij vragen om in deze groep meer te investeren zodat een structurele aanpak mogelijk wordt. Het is niet voldoende juist genoeg te investeren om de naam van de dienst in leven te houden. Een dienst of structuur is geen doel op zich maar een middel om de waardigheid van mensen te proberen garanderen.
2. Wij blijven oproepen om voor deze groep gezonde voeding te voorzien in de vorm van hapklare maaltijden. Dagelijks komen er bij ons daklozen met diepgevroren voeding aankloppen met de vraag hun voeding te ontvriezen. Er is gewoon geen aangepaste voeding voor dak- en thuislozen.
3. Het migratieprobleem, de overspoeling van Slowaakse Roma wordt niet opgelost door deze mensen te dumpen in kraakpanden en mensonwaardige huisvestingtoestanden en deze mensen dan te voorzien van voeding. Oproepen om deze mensen te huisvesten in containers zijn volgens ons totaal zinloos.
4. Er zijn nog steeds onvoldoende plaatsen om op een menswaardige wijze de nacht door te brengen. Er zijn onvoldoende douchemogelijkheden.
Nood aan deskundigheid
Vanuit het recht op waardigheid, vinden wij dat daklozen het recht hebben om goed verzorgd te worden. Er is meer nodig dan een goed hart en een plaats op zolder. De verborgen dak- en thuislozen zijn ook niet gebaat met kleding alleen. We moeten dus dringend werk maken van een nieuwe beeldvorming rond armoede en stoppen met blinde oproepen tot extra solidariteit. Als armoededienst moeten wij structureel te werk gaan, anders schieten wij hun doel voorbij. Soms is het beter om dingen niet aan te bieden dan ze verkeerd te doen. Wij kunnen ons geen bloedarmoede permitteren binnen ons gestructureerd vrijwilligerswerk.
1. Poging tot antwoord op migratie (vooral uit Oost - Slowakije):
De sleutel om een antwoord op dit vraagstuk ligt duidelijk in de landen van herkomst. Ondertussen blijven mensen wel massaal hun landen van herkomst verlaten en hun intrek vinden in onze stad. Mogen wij pleiten voor een menswaardige aanpak op maat van elkeen. Arbeid en migratie moeten samengaan. Ieder mens heeft recht op onderwijs en medische verzorging, maar een vrijgeleide naar een leefloon is ook voor ons een brug te ver. Huisvesting en voeding voor deze groep is niet voldoende, begeleiding is een noodzaak. Dit vanuit waardigheid.
2. Poging tot antwoord op voeding voor daklozen specifiek:
Vanuit Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor bieden wij in ons inloopcentrum hapklare maaltijden aan, dit op vraag van de daklozen zelf. Elke werkdag geven wij 80 mensen een warme maaltijd en onze broodjeszaak telt elke dag 160 belegde boterhammen. Mogen wij hier pleiten voor meer dergelijke initiatieven verspreid over de stad, hapklare maaltijden, specifiek voor daklozen. Dit vanuit waardigheid.
3. Poging tot antwoord op vrijwilligersmanagement.
Niet iedereen kan voor daklozen en armen zorg dragen. Vorige winter hebben wij als werking duidelijk gereageerd op de wilde oproepen tot extra solidariteit. Daklozen hebben meer nodig dan een zolder en een stukje brood. Gestructureerde en deskundige begeleiding is een noodzaak! Hierbij willen wij duidelijk zeggen dat het openstellen van loodsen, leegstaande openbare gebouwen, leegstaande kloosters of kloosterruimten schijnbaar een fantastische oplossing kan zijn als er hiervoor een competente en deskundige begeleiding kan voorzien worden. Want dak- en thuislozen hebben recht op een correcte begeleiding. Het openstellen van legerkazernes, kloosters of loodsen is volgens ons gewoon uitstel van executie, indien dit niet gekaderd wordt in een traject van begeleiding. Zonder deze begeleiding zijn wij hier duidelijk geen voorstanders van. De begeleiding die daklozen en vluchtelingen nodigen hebben is een deskundige begeleiding, een begeleiding van nabij zijn op deskundige wijze. Jan met de pet kan dit niet. Ook dak en thuislozen hebben recht op een waardige begeleiding. Mensen die maatschappelijk gezien niet mee kunnen, mensen die zelf te veel problemen hebben, kunnen deze begeleiding volgens ons niet geven. Vanuit Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor vinden wij dat vrijwilligers die werken met en voor mensen een zeker basis deskundigheid moeten bezitten om de waardigheid van de mensen die op ons beroep doen te bewaren en te verzekeren. Niet iedereen kan dit, wij zijn geen beschutte werkplaats waar mensen een zinvolle dagbesteding kunnen vinden door voor anderen zogezegd zorg te dragen.
De conclusie is hard en helder: iedere vorm van liefdadigheid die – minstens bij de organisatoren van de hulp – niet stoelt op deskundigheid dreigt zijn doel te missen. De armoedebestrijding moet zowel vanuit de overheid als vanuit de private initiatieven op een nieuwe leest worden geschoeid. Daarbij moet veel meer worden geïnvesteerd in de armen van vandaag, de daklozen. Er moet veel meer worden geïnvesteerd in vorming, opleiding en het deskundig coachen van vrijwilligers. Een vernieuwd vrijwilligersmanagement dringt zich op. Laat ons ook samen werken aan een vernieuwde realistische beeldvorming rond armoede, want 90 procent van de mensen rondom ons weet niet wie de armen vandaag zijn, 90 procent van de mensen weet niet wat de noden van de armen vandaag zijn.
Met andere woorden, investeren in mensen en niet alleen in structuren, dit met één doel voor ogen: ‘Het respecteren van de waardigheid van alle mensen, specifiek de armen en daklozen.’ Alleen op die manier kan één van de ergste maatschappelijke abcessen op een efficiënte manier worden bestreden.
Hier willen wij dan ook ons nieuw project voorstellen. Vanuit het principe van waardigheid willen wij starten met onze zoektocht naar extra centen. Graag zouden wij een sociaal assistent aannemen die onze werking in zijn totaliteit mee ondersteund en start met de uitbouw van een eigen sociale dienst.
Beste vrienden van Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor enige tijd geleden waren wij met twee vrijwilligers van ons huis aanwezig bij onze collega broeders in Washington DC. Een van onze broeders werkt daar in de organisatie SOME - So Others Might Eat die dagelijks voor meer dan 1000 daklozen een maaltijd voorziet.
De naam van deze organisatie geeft precies weer wat wij bedoelen rond voeding en daklozen: ‘Wat anderen ook zouden eten’, met andere woorden wij geven enkel door wat we zelf zouden op eten, dit vanuit waardigheid. Bij de opening van onze broodjeszaak bleek nog eens hoe moeilijk het is om hier over te communiceren. Werken rond beeldvorming rond armoede is een moeilijke zaak, wij willen ons steentje bijdragen maar kunnen het zeker niet alleen. Vandaar onze oproep aan iedereen om hierover samen rond te werken.Wij ervaren dagelijks dat de zonering tussen de verschillende voedselpunten in de stad Gent voor daklozen een probleem is. Vele daklozen vallen door dit systeem door de mazen van het net omdat ze geen adres hebben. De aard van de voeding is ook voor daklozen een probleem omdat ze geen keuken in hun rugzak hebben en dus met basisproducten als bloem en suiker weinig zijn. Als Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor stellen wij dus duidelijk de zonering van de voedselpunten in vraag en roepen op om samen na te denken rond daklozen en voeding.
In de kranten verscheen begin september ons verhaal en onze oproep, maar het woord voedselpunt werd vervangen door voedselbank. Als Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor werken wij meer dan 20 jaar samen met de voedselbank Oost - Vlaanderen. Laat het ons heel duidelijk stellen: ’de voedselbank Oost - Vlaanderen’ heeft als vrijwilligersorganisatie niets te maken met de zonering die wij wensen in vraag te stellen. Wij zijn de voedselbank dankbaar voor de jarenlange ondersteuning. Als vrijwilligersorganisatie zijn wij dankbaar voor alles wat anderen voor ons doen en ons schenken. In het bewuste artikel in de Gentenaar ging het duidelijk om een oproep van ons aan alle particulieren die ons voeding schenken die over datum is, het ging niet om de voedselbank als vrijwilligersorganisatie.
Hospitaliteit en waardigheid, hand in hand…
Als Broeders van Liefde proberen wij de gastvrijheid of hospitaliteit binnen Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor verder te ontwikkelen vanuit de volgende doelstellingen: Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor, een thuis voor zij die er één missen, een hedendaags signaal tegen verzuring... In alles wat we 'doen', proberen wij er op de eerste plaats te 'zijn'....
1. Met de mensen die in het inloopcentrum te gast zijn, de daklozen uit de acute nachtopvang, de bewoners van ons gemeenschapshuis, met onze medewerkers en sympathisanten willen we een authentieke leef- en werkgemeenschap uitbouwen. Een echte thuis voor zij die er één missen...
2. We zijn geen winstgevend project en proberen waar het kan in eigen onderhoud te voorzien. We creëren ruimte tot vrijwillig engagement en willen op die manier de verpletterende kracht van de uitsluiting van de arbeidsmarkt trotseren door onze mensen, onze bewoners en vrijwilligers te laten participeren binnen Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor.
3. Het ondersteunen van onze mensen leert hen op eigen benen staan.
4. Kansarme ouders willen wij begeleiden in de opvoeding van hun kinderen.
5. Integratie van vluchtelingen binnen de wereld van de kansarmen. We proberen waarlijk een hedendaags signaal tegen verzuring te zijn.
6. Jongeren uit de eerste wereld in contact brengen met onze mensen uit de vierde wereld. We willen tevens jonge mensen laten kennis maken met onze spiritualiteit. Binnen Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor klopt het hart van de stichter van de Broeders van Liefde.
7. Meewerken aan juistere beeldvorming, spreekbuis zijn voor hen die op ons beroep doen, vinger durven in de wonde leggen.
Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor, een kleinschalig familiaal project in het hart van de spiritualiteit van Petrus- Jozef Triest binnen de congregatie Broeders van Liefde



0 comments:
Post a Comment