Monday, December 10, 2012

Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor krijgt fors meer Vlamingen, getroffen door de crisis, over de vloer

Fotografie: Jonas Lampens

De daklozen zijn als gevolg van een foutieve beeldvorming niet gekend. Deze daklozen zijn echter niet 'nieuw'. Het gaat om een grote groep mensen die overleven in het verborgene ...
'De' dakloze bestaat niet, het gaat om een zeer gedifferentieerde en verscheiden groep mensen die om heel veel verschillende redenen dakloos geworden zijn. We kunnen noch mogen daklozen in hokjes onderbrengen. Voorzichtig kunnen wij een poging wagen om vier lijnen te trekken:
1. De grootste groep, mannen en vrouwen tussen de 18 en 50 jaar, hun dakloosheid is niet uiterlijk zichtbaar. De reden van hun dakloos zijn is zeer verscheiden!
2. Grote gezinnen uit Oost-Europa, voor Gent specifiek uit Oost-Slowakije, hun dakloosheid is ook niet zichtbaar.
3. De mensen zonder papieren die dakloos geworden zijn, deze groep is door iedereen gekend, ze komen op regelmatige basis in de pers.
4. De kleinste groep zijn de langdurig daklozen, de clochards, hun dakloos zijn is zichtbaar en door iedereen gekend, ze komen heel veelvuldig in de pers.


" Daklozen hebben niet op de eerste plaats nood aan uitbreiding van bedden in de winter - of acute nachtopvang, hebben ook niet op de eerste plaats nood aan voeding of kleding. Daklozen hebben nood aan een uitbreiding van meer menswaardige woonvormen voor hen;  daklozen hebben nood aan begeleiding die er samen met hen voor zorgt dat ze de acute bedden niet meer nodig hebben!"
Werner Van de Weghe



Reportage uit De Morgen: 11 december 2012, klik hier


Uw buurman, de nieuwe dakloze


Eenzaam en zonder dak boven het hoofd. Steeds meer Vlamingen overnachten in de daklozenopvang. Volwassenen waarvan je niet zou zeggen dat ze zwerven. "Zij leven in het verborgene." Remy Amkreutz

Met twintig zitten ze boven koppen dampende soep in het cafetaria van Huize Triest, een inloop- en noodopvangcentrum van de Broeders van Liefde in Gent. Baby's en bejaarden, Slovaken en Vlamingen. De tweede gang, schnitzel met aardappelen en wortels, wordt bijna geserveerd. Coördinator Werner Van de Weghe kijkt toe. “Tot vijf jaar geleden vingen we zestig mensen op per week. Nu zijn dat er 850. Waarvan de meerderheid effectief dakloos zijn.  De clochards, die in de stations liggen met een fles wijn, maken daar slechts twee procent van uit. Zeventig procent zijn mensen zoals u en ik. Volwassen Vlamingen waarvan je op het eerste zicht niet zou zeggen dat ze geen dak boven hun hoofd hebben. Zij leven in het verborgene.”

Door de crisis vallen steeds meer Vlamingen door de mazen van het net. De lat ligt voor velen te hoog, meent Van de Weghe. “Sinds een kleine week komt hier een hoogopgeleide veertiger langs. Hij heeft een doctorstitel en gaf les aan de universiteit. Een keurig verzorgde mens, maar door psychische problemen is hij zijn job kwijt geraakt. Intussen is hij al zeven maanden dakloos. Als je met hem praat, merk je dat hij in de war is. We proberen nu stapje voor stapje zijn vertrouwen te winnen. Later kunnen we hem begeleiden in zijn zoektocht naar een woning.”

Op zoek naar warmte, eten of gewoon een douche: in Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor staan de eenzamen niet alleen. "Wij bieden hulp, maar met waardigheid", zegt Van de Weghe. Te vaak worden deze mensen afgescheept met een voedselpakket. Zij hebben daar helemaal niets aan. Wat moet je met een kilo bloem als je geen keuken hebt? Wij vervullen de eerste basisbehoeftes, maar geven ook begeleiding. Zo leren wij ze met geld omgaan en proberen we een leefplek en werk voor hen te vinden."

Armoede maakt overal slachtoffers, ook bij een doorsnee Vlaams middenklassengezin. Eergisteren kreeg Van de Weghe telefoon uit een andere stad. Een oudere apothekeres vroeg of haar zoon was gesignaleerd. “Ik mag daar niet op antwoorden, omdat ik onze bezoekers anonimiteit garandeer. Maar inderdaad, haar verslaafde zoon had bij ons aangeklopt. Zijn moeder maakte zich zorgen. Hij was vorige week thuisgekomen en bleef een nachtje slapen. De volgende morgen was het huis zo goed als leeggehaald. Ik heb haar gezegd dat ze hier altijd mag langskomen om te zien of hij er is.”

Een vijftiger, kort haar met een blauwe fleece trui, haalt nog een gratis kop koffie. Willem komt hier al twee jaar geregeld langs, geeft Van de Weghe aan. “Ik leef nu in een garagebox, hier in Gent”, zegt Willem. “Daar slaap ik tussen mijn spullen, zonder licht of verwarming. Overdag kom ik hier zitten om op te warmen.” Willem stond er vanaf zijn derde alleen voor. Een rit langs allerlei jeugdinstellingen volgde. “In mijn puberteit begon ik drugs te gebruiken. Door het spuiten raakte ik besmet met hepatitis C, waardoor mijn lever sterk aangetast raakte. Ik heb geluk gehad.” Zijn leven staat nog niet op de rails, maar er is weer plaats voor hoop. “Ik wacht op een sociale woning. Eigenlijk zou ik die al moeten hebben, maar het is uitgesteld tot februari.”

De blonde Sofie, met hoodie en skinny jeans, moet meer geduld uitoefenen. Ze is net twintig geworden en verschilt, op het oog, in niets van haar leeftijdsgenoten. “Toen ik zeventien was, heb ik een twaalf jaar oudere man leren kennen. Om bij hem in Gent te gaan wonen, ben ik gestopt met school.” Aanvankelijk hadden Sofie en haar vriend nog werk. Maar daar kwam snel verandering in. “Hij gebruikte heroïne en na een tijdje begon ik mee te doen. Uiteindelijk verloren we onze jobs en konden we de huur niet meer betalen.”
Het was het begin van een twee jaar durende zwerftocht. “We sliepen op straat en om rond te komen, stalen we eten en kleding. Tot vier maanden geleden: de relatie barstte en ik ben erin geslaagd om af te kicken. Sindsdien durf ik weer aan de toekomst te denken. Nu zoek ik een huurwoning, maar ik wacht nog op steun van het OCMW. Ik ben dit leven beu. Ik ben pas twintig en wil andere jongeren leren kennen, maar dat gaat niet. Ik kan hen toch niet vertellen wat ik allemaal heb meegemaakt?”







0 comments:

Post a Comment