25 januari 2013
De Europese armoedegrens (bepaald op 60 % van het gemiddelde inkomen) bedroeg in 2010 voor Belgie 1 000 euro per maand voor een alleenstaande en 2 101 euro voor een huishouden van twee volwassenen en twee kinderen.
* 15,3 % van de Belgische bevolking leeft onder deze armoedegrens. * Het armoederisico bij jongeren jonger dan 15 jaar loopt op tot 18,5 %. * 38,5 % van de eenoudergezinnen leeft onder deze armoedegrens. * 20,2 % van de ouderen (65+) leeft onder de armoedegrens. * Het armoederisico voor laaggeschoolden is 25,4 %. * 37,8 % van de werklozen leeft onder de armoedegrens. * 4,2 % van de werkenden lopen het risico onder deze armoedegrens te zakken (vooral bij jongeren en eenoudergezinnen). * De inkomensongelijkheid neemt toe: In 2009 was het aandeel van het netto belastbaar inkomen bij de rijkste 10 % van de bevolking 62 keer groter dan het aandeel van de armste 10 % van de bevolking. In 2005 was dit slechts 46 keer groter.
Deze cijfers staan in het jaarboek 'Armoede in Belgie' dat werd geschreven op verzoek van de POD Maatschappelijke Integratie. Dit jaarboek is een gemeenschappelijk product van het CeRIS (Centre de Recherche et Inclusion Sociale) van de Universiteit van Bergen en van de onderzoeksgroep POS+ (Participation, Opportunities and Structures) van de Universiteit Gent.
Het jaarboek wordt voorgesteld tijdens een colloquium over `Armoedebestrijding in Crisistijd' in het Residence Palace (Brussel) op 31 januari 2013 van 9.30 uur tot 14.00 uur. |
0 comments:
Post a Comment