Op 25 november 2013 werd in Lovendegem Vader Triest herbegraven. Deze wel zeer ongebruikelijke plechtigheid kaderde in het proces van de zaligverklaring dat bepaalt dat voor het afsluiten van het diocesaan proces, het graf van de dienaar Gods moet geopend worden om te verifiëren dat het werkelijk de stoffelijke resten zijn van de dienaar Gods en waarbij men tegelijk actie moet ondernemen om de conservering van deze resten te garanderen.
Om 13 uur waren de vertegenwoordigers van de besturen van de drie Triest- congregaties verzameld rond de grafkapel op het domein van de Zusters van Liefde in Lovendegem, te samen met de leden van het kerkelijk tribunaal, de bisschop van Gent en de burgemeester van Lovendegem, totaal een 30- tal personen. We hadden er duidelijk voor gekozen om het in intieme kring te laten gebeuren. In de voormiddag had men de deksteen van de grafkelder reeds weggenomen en tevens de stenen muur weggekapt waarachter de kist lag.
De spanning was groot en allen vroegen zich af wat men in de kist zou aantreffen. Zou men een geraamte zien, nog overblijvende beenderen, nog delen van zijn kleding waarmee Vader Triest was begraven? We moesten namelijk in rekening nemen dat Vader Triest in 1836 was begraven op het gemeentekerkhof rond de kerk van Lovendegem, in volle grond en wellicht in een eenvoudige houten kist. Hij had bij testament gevraagd om in zijn vroegere parochie begraven te worden. “Mijn lichaam latende aen de geweyde aerde om begraeven te worden op het kerkhof van Lovendegem”. In 1844 hadden de Zusters van Liefde de toelating gekregen een eigen kerkhof op te richten, en toen Moeder Placida, de algemene overste van de Zusters van Liefde dat jaar overleed, was de grafkapel juist klaar en werd daags voor haar begrafenis zowel het kerkhof als de grafkapel ingewijd en kon zij daar als eerste worden bijgezet. Tussen 1880 en 1934 was het verboden op privé grond te begraven, en wanneer in 1902 het kerkhof rond de kerk werd opgeruimd en een nieuw kerkhof werd ingenomen, besloten de zusters min of meer in het geheim de stoffelijke overschotten van hun en onze stichter in de eigen grafkapel bij te zetten. Hij kreeg een plaats naast zijn opvolger Kanunnik De Decker. De bestaande grafsteen, gemaakt door de gebroeders Parmentier in 1839, werd wel bewaard en aan de gevel van de parochiekerk aangebracht. Opvallend is daar het medaillon, met een mooi portret van Vader Triest, waar echter een ereteken ontbrak dat later werd toegevoegd. Het fronton draagt in halfverheven beeldhouwwerk een kelk, druiven en korenaren, als symbolen van het priesterschap.
Vader Triest was gedurende 66 jaar in volle grond begraven geweest, en de toenmalige ontgraving en herbegraving was met een zekere spoed en wellicht ’s nachts uitgevoerd geweest. Was men toen zorgvuldig tewerk gegaan? We zouden het weldra te weten komen wanneer de kist zou worden geopend. Bij het wegnemen van de grafsteen werd duidelijk dat de houten kist slechts een omhulsel was van een loden kist. Dit gaf ons reeds een kleine garantie dat wellicht de stoffelijke resten vanaf 1902 vrij goed tegen het verder verweer waren beschermd, alhoewel de crypte zelf zeer vochtig was . Het uithalen van deze beide kisten, letterlijk loodzwaar, was geen sinecure, maar de begrafenisondernemers deden het met kennis van zaken en grote eerbied. De verantwoordelijke vertrouwde me toe dat het voor hen een grote eer was om dit werk te mogen verrichten, enig in hun lange carrière.
Nadat de totaal verweerde houten kist was verwijderd, haalde men de loden kist boven. Onmiddellijk viel het op dat deze slechts een goede meter lang was; men had dus zeker de stoffelijke resten in deze kist opgestapeld en er niet mooi ingelegd. Na gebed en zegening door de aanwezigen werd overgegaan tot het openen van de kist, opnieuw geen sinecure. Tot ons aller verrassing zagen we daarin een andere kist, nog veel kleiner dan de vorige. Het duurde even vooraleer de loden kist volledig open was en men de kleine kist kon openen.
Iedereen had de gelegenheid in deze kist te kijken. Neen, we zagen geen geraamte, zelfs geen beenderen, maar wel oude kledingstukken, zelfs een stuk schoen; men had dus blijkbaar heel vlug de stoffelijke resten uit de vorige begraafplaats opgegraven en zonder verdere verifiëring of reiniging in deze kist neergelegd. Ik herkende de groene stukjes kazuifel die toen, in 1902, uit de kist was genomen en aan de congregaties was gegeven als eerste klas reliek, samen met een stukje haar.
Nadat de totaal verweerde houten kist was verwijderd, haalde men de loden kist boven. Onmiddellijk viel het op dat deze slechts een goede meter lang was; men had dus zeker de stoffelijke resten in deze kist opgestapeld en er niet mooi ingelegd. Na gebed en zegening door de aanwezigen werd overgegaan tot het openen van de kist, opnieuw geen sinecure. Tot ons aller verrassing zagen we daarin een andere kist, nog veel kleiner dan de vorige. Het duurde even vooraleer de loden kist volledig open was en men de kleine kist kon openen.
Iedereen had de gelegenheid in deze kist te kijken. Neen, we zagen geen geraamte, zelfs geen beenderen, maar wel oude kledingstukken, zelfs een stuk schoen; men had dus blijkbaar heel vlug de stoffelijke resten uit de vorige begraafplaats opgegraven en zonder verdere verifiëring of reiniging in deze kist neergelegd. Ik herkende de groene stukjes kazuifel die toen, in 1902, uit de kist was genomen en aan de congregaties was gegeven als eerste klas reliek, samen met een stukje haar.
Ja, hier stonden we voor de stoffelijke resten van onze geliefde Stichter. Een rilling van ontroering ging door me heen, en wellicht bij allen die daar aanwezig waren. De leden van het tribunaal, waaraan nu ook een anatomopatholoog was gevoegd, vertrokken nu naar het mortuarium om de stoffelijke resten te verifiëren, te reinigen, en zorgvuldig in een nieuwe kist neer te leggen. Tegelijk zouden er relikwieën worden geschonken aan de bisschop, aan de drie congregaties en ook aan het Vaticaan in het licht van de, hopelijk, latere heiligverklaring. Ondertussen gingen we even verpozen in het stichtingshuisje van de Zusters van Liefde, en om 16 uur kwam het bericht dat we ons naar de parochiekerk konden begeven. Daar arriveerde rond 16u30 de nieuwe kist die plechtig in de kerk werd binnengedragen. Vader Triest, ooit pastoor in deze kerk, werd er vandaag met grote eer opnieuw ontvangen. Met ingetogen devotie werden de stoffelijke resten begroet en gezegend, werd de oorkonde door de leden van het tribunaal, de bisschop en de algemene oversten van de congregaties ondertekend en werd finaal de kist gesloten en verzegeld. De relikwieën werden eveneens met eerbied door de betrokkenen in ontvangst genomen. In processie gingen we terug naar de grafkapel waar Vader Triest opnieuw werd begraven. We zagen de kist in de nis verdwijnen zoals weenige uren voordien de oude kist hadden zien verschijnen. We besloten de plechtigheid met het Salvé Regina, dankbaar, geëmotioneerd, heel verbonden met onze stichter maar ook met die velen die hem als Stichter, als vader mogen aanroepen. In de kist bevinden zich de resterende beenderen, in zeer broze staat, en slechts heel beperkt in aantal. Wellicht heeft men bij de eerste ontgraving slechts een deel van het skelet meegenomen, want van de onderste ledematen was niets meer te vinden. Delen van de soutane en van de kazuifel zijn wonderwel goed bewaard, tot en met de knopen en de schoenen. En heel bijzonder was het terugvinden van de bonnet en plukjes haar die ook heel zorgvuldig in de nieuwe kist werden neergelegd.
Vader Triest rust opnieuw in zijn crypte, en hier en daar zullen zijn relikwieën een ereplaats krijgen en aanleiding geven tot een startende verering. Het was voor ons, die dit gebeuren mochten meemaken, een bezinning over leven en dood, over de vergankelijkheid van het leven bij het beschouwen van wat er van de mens uiteindelijk hier op aarde nog overblijft. Maar ik dacht terug aan het mooie, kleine schilderijtje dat op mijn kantoor in Rome hangt en waarop geschreven staat: “Hier op dit schilderij ziet u het ware beeld van de sterfelijke Triest, maar wie zal erin slagen zijn deugden te doen herleven?”. Ja, vandaag hadden we de sterfelijke Triest gezien, in al zijn vergankelijkheid, maar we ontvingen een krachtige uitnodiging om in zijn geest verder te leven en te werken, en ervoor te zorgen dat de armen, die hij zijn beste vrienden noemde, een glimp van Gods liefde zouden mogen blijven ontvangen.
Vader Triest rust opnieuw in zijn crypte, en hier en daar zullen zijn relikwieën een ereplaats krijgen en aanleiding geven tot een startende verering. Het was voor ons, die dit gebeuren mochten meemaken, een bezinning over leven en dood, over de vergankelijkheid van het leven bij het beschouwen van wat er van de mens uiteindelijk hier op aarde nog overblijft. Maar ik dacht terug aan het mooie, kleine schilderijtje dat op mijn kantoor in Rome hangt en waarop geschreven staat: “Hier op dit schilderij ziet u het ware beeld van de sterfelijke Triest, maar wie zal erin slagen zijn deugden te doen herleven?”. Ja, vandaag hadden we de sterfelijke Triest gezien, in al zijn vergankelijkheid, maar we ontvingen een krachtige uitnodiging om in zijn geest verder te leven en te werken, en ervoor te zorgen dat de armen, die hij zijn beste vrienden noemde, een glimp van Gods liefde zouden mogen blijven ontvangen.
Br. René Stockman, Vice-Postulator



0 comments:
Post a Comment